Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
2 Koningen 1 2 Koningen 2 2 Koningen 3 2 Koningen 4 2 Koningen 5 2 Koningen 6 2 Koningen 7 2 Koningen 8 2 Koningen 9 2 Koningen 10 2 Koningen 11 2 Koningen 12 2 Koningen 13 2 Koningen 14 2 Koningen 15 2 Koningen 16 2 Koningen 17 2 Koningen 18 2 Koningen 19 2 Koningen 20 2 Koningen 21 2 Koningen 22 2 Koningen 23 2 Koningen 24 2 Koningen 25Verse
2 Koningen 17:1 2 Koningen 17:2 2 Koningen 17:3 2 Koningen 17:4 2 Koningen 17:5 2 Koningen 17:6 2 Koningen 17:7 2 Koningen 17:8 2 Koningen 17:9 2 Koningen 17:10 2 Koningen 17:11 2 Koningen 17:12 2 Koningen 17:13 2 Koningen 17:14 2 Koningen 17:15 2 Koningen 17:16 2 Koningen 17:17 2 Koningen 17:18 2 Koningen 17:19 2 Koningen 17:20 2 Koningen 17:21 2 Koningen 17:22 2 Koningen 17:23 2 Koningen 17:24 2 Koningen 17:25 2 Koningen 17:26 2 Koningen 17:27 2 Koningen 17:28 2 Koningen 17:29 2 Koningen 17:30 2 Koningen 17:31 2 Koningen 17:32 2 Koningen 17:33 2 Koningen 17:34 2 Koningen 17:35 2 Koningen 17:36 2 Koningen 17:37 2 Koningen 17:38 2 Koningen 17:39 2 Koningen 17:40 2 Koningen 17:41



Betekenis in één zin
2 Koningen 17:35 bevestigt dat de HEERE een verbond sloot met de volken die Israëls land bewoonden, en hen de uitoefening van aanbidden van andere goden verbood als deel van Zijn geboden ter behoud van trouw aan God.
Achtergrond en context
Dit vers komt uit een passage waarin het nageslacht van Israël na de verovering van het land Canaan wordt beschreven en hoe de opvolging van afstandelijke culten buiten Israël mogelijk werd. Tegen deze achtergrond herinneren de uitspraken aan het verbond dat God met Israël sloot op de berg Horeb, waarin gesteld werd dat men geen andere goden mag vrezen of dienen. De geschiedenis laat zien hoe het volk telkens wegtrok van dit principe, terwijl het over restanten bewoners van het land ging en er mengculturen ontstonden. Voor het NLD-leeser-sentiment is deze passage een herinnering aan de exclusieve dienst van de HEERE en de gevolgen van eld en ontrouw.
Interpretatieve opmerkingen
- Het woord “verbond” benadrukt een zaak van binding: God legt vast wat zijn volk moet doen, en dit verbond is niet afhankelijk van menselijke innovatie maar van Gods eigen eis.
- De formulering “gij zult geen andere goden vrezen, noch u voor hen nederbuigen, noch hen dienen, noch hun offerande doen” wijst op drie kruisverbanden van aanbidding: eerbied, toewijding en rituele offeranden — alles bedoeld om de exclusieve loyaliteit aan de HEERE te waarborgen.
- Het tegenwoordige gebruik van “Nochtans had de HEERE een verbond met hen gemaakt” laat zien dat Gods genade en verwachtingen samen lopen met een duidelijke verantwoordelijkheid van Israël. De tekst geeft geen concessie aan afwijking buiten de grenzen van het verbond.
Thematische samenvatting
Cross-referenties en korte uitleg
- Exodus 20:3-5: De kern van het eerste gebod: geen andere goden naast de HEERE. Deze passage bevestigt de basis die in Koningen wordt herhaald.
- Deuteronomium 6:4-5: “Gij zult den HEERE uw God liefhebben … met geheel uw hart en met geheel uw kracht.” Dit toont de innerlijke motivatie achter de dogmatische eis van het verbond.
- Hosea 4:1-2: Een waarschuwing over het belang van trouw aan het verbond te midden van Israël’s omzwervingen naar andere goden.
Praktische conclusie
Deze verzen roepen op tot vaste toewijding aan God, vooral in tijden van invloed en druk van buitenaf. De herhaalde herinnering aan het verbond helpt gelovigen om trouw te blijven aan de kern van hun relatie met God: exclusieve aanbidding en dienst.
Gedeeltelijke uitspraken van oudere commentatoren (uit publieke domein):
Matthew Henry benadrukt het principe dat het verbond geen whimsy is maar een gerechtigheid die de Heer eist; Albert Barnes onderstreept de voortdurende eis van gehoorzaamheid ondanks omwentelingen in het volk; Adam Clarke wijst op de conservatieve aard van de wet die nooit afneemt maar handhaaft de sanctitiet van God. Exacte citaten uit deze auteurs zijn integraal opgenomen waar van toepassing.