Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
2 Johannes 1



2 Johannes 1:11 — “Want die tot hem zegt: Zijt gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn boze werken.”
Kernpunten in context
Cross-referenties
1 John 3:10 – De getuigenis dat kinderen van God en kinderen van de duivel onderscheiden worden door hun daden en gerechtigheid. Dit onderstreept dat werkelijk geloof zich uit in leven dat overeenkomt met Gods wil, en dat deelname aan boos werk niet verenigbaar is met die roeping.
Romans 16:17 – Waarschuwt om waakzaam te zijn voor mensen die verdeeldheid brengen en onrust veroorzaken in de gemeenschap; het belang van scheiding waar de Waarheid bedreigd wordt.
Aansnijding voor de lezer
Bid om helderheid: waar zie ik meegevlugge vriendelijkheid die neigt naar kwaad? Houd vast aan de leer die Christus heeft gegeven, en laat waarachtige broeders en zusters weten dat eerlijke discipline en liefde samen gaan met trouw aan de waarheid.
Verzamelde inzichten (in één zin): De tekst roept op tot waakzaamheid tegen vriendelijke schijn die verwijst naar het samenspel met het kwaad, endrukt de noodzaak om trouw te blijven aan Christus’ leer en aan een zuivere gemeenschap.
Toepassing: Beoordeel omgangsvormen en gezagsverhoudingen binnen de gemeente: waar is er echte gemeenschappelijkheid met de waarheid en waar dreigt samenwerking met het kwaad? Behoud de liefde en waakzaamheid in balans.
Geselecteerde oude commentaarstemmen: Matthew Henry benadrukt dat ware genade zich onderscheidt door waar geloof in daden tot uitdrukking komt, en waarschuwt tegen het aannemen van vriendschap met het kwaad als zo’n vriendschap onschuldig lijkt. Albert Barnes noteert dat dergelijke groet de onderlinge verbondenheid laat zien die in feite het kwaad vergroot; Adam Clarke voegt toe dat de tekst geen intrekking van menselijk contact beoogt, maar een duidelijke scheiding van moreel kwaad binnen de gemeenschap.