Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
2 Corinthiër 2:1 2 Corinthiër 2:2 2 Corinthiër 2:3 2 Corinthiër 2:4 2 Corinthiër 2:5 2 Corinthiër 2:6 2 Corinthiër 2:7 2 Corinthiër 2:8 2 Corinthiër 2:9 2 Corinthiër 2:10 2 Corinthiër 2:11 2 Corinthiër 2:12 2 Corinthiër 2:13 2 Corinthiër 2:14 2 Corinthiër 2:15 2 Corinthiër 2:16 2 Corinthiër 2:17



2 Korintiërs 2:15 — Een reuk van Christus
Instantie van de tekst: Paulus beschrijft de bediening van het evangelie als een aangename geur die uitgaat vanaf ons hart tot God. Voor wie het geloof nastreeft, is het een heerlijke geur die te smells, bedoeld om leven te brengen. Voor de tegenstroom van de wereld wordt dit hetzelfde evangelie een reproach en een verantwoording, maar voor degenen die geroepen zijn, blijft het een bewijs van Gods werking.
Wat dit vers onthult over God en het geloof
Hier toont Paulus dat God zichtbaar en hoorbaar werkt door het evangelie in mensen. De gelovigen zijn een reuk van Christus voor God: hun daden, woord en toewijding ademen Christus uit en offeren een aangename geur op voor de Vader. Tegelijkertijd laat het zien dat het evangelie provocerend is voor degenen die verloren gaan; ze ervaren geen welkom maar een getuigenis tegen zichzelf. Zo vindt er een scheiding plaats op basis van het reageren op Gods genade.
Belangrijke woorden en beelden
Verwonderingen uit verwante passages
In dezelfde hoofdstukken spreekt Paulus over een troostende en scheidende werking van het evangelie (bijv. 2 Korintiërs 4:3-4) en over de zuivere ge openbaring van Christus die onze borst en consciëntie kent (versen 1-4). Verder worden de zielen die antwoorden op de genade ontmoet in handelingen die leven geven (Romeinen 10:14-15) en de vreugde van gehoorzaamheid die God verheerlijkt (Filippenzen 2:12-13).
Kernpunten uit (bijbelse) commentaar
Overleveringen van oude commentatoren benadrukken vaak dat de gelovigen als geur voor God dienstbaar zijn door oprechte prediking en levenswandel. Matthew Henry wijst aan dat de ware geur voortkomt uit zuivere prediking en oprechte godsvrucht; Albert Barnes benadrukt de dualiteit van de reactie op het evangelie—zij die zalig worden en zij die verloren gaan reageren verschillend op hetzelfde woord. Adam Clarke wijst daarop dat de geurende werking afhankelijk is van de ontvanger, maar de bron van de geur God en Christus is. Kontekstueel wordt de “reuk van Christus” gezien als een teken van aanwezigheid en macht van het evangelie.
Korte samenvatting
De passage leert dat het evangelie in de bedienaar en in zijn boodschap een aangename geur is voor God. Dit rog terug voor degenen die tot zaligheid komen, terwijl het voor degenen die verloren gaan een getuigenis tegen hen blijft. De ware reuk is verbonden met Christus en zijn werk in ons leven en vraagt om een hartige, waarachtige toewijding.
Cross-referenties en korte uitleg
Slotgedachte: vertrouw op de waarheid van de boodschap, laat Christus door jou heen stralen, en bid om een levenswandel die een aangename geur naar God uitstraalt, ongeacht de menselijke ontvangst.