Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi2 Corinthiër 13:7 Uitleg van het Bijbelvers
2 Corinthiër 13:7 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
En ik wens van God, dat gij geen kwaad doet; niet opdat wij beproefd zouden bevonden worden, maar opdat gij het goede zoudt doen, en wij als verwerpelijk zouden zijn.
2 Corinthiër 13:7 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
2 Corinthiër 13:7 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

2 Corinthiër 6:8 (NLD) »
Door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders, en nochtans waarachtigen;

Filippenzen 4:8 (NLD) »
Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve;

1 Petrus 2:12 (NLD) »
En houdt uw wandel eerlijk onder de heidenen; opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners, zij uit de goede werken, die zij in u zien, God verheerlijken mogen in den dag der bezoeking.
2 Korintiërs 13:7 (NLD) — Medeleven en oprechtheid voorop
Eén zin samengevat: Paulus wenst dat de Korinthiërs in het eigen doen en in de hereniging met God gerechtigheid tonen, niet om zijn eigen status te bevestigen, maar zodat het goede werk van de gemeente zichtbaar wordt en zij groei in geloof mogen ervaren.
Contextueel achtergrondsbeeld
In deze brief corrigeert Paulus de gemeente te Korinthe met een mix van vermaning en bemoediging. De afgelopen hoofdstukken lezen we over tekorten aan hartelijkheid en loyaliteit, en er liggen ook zorgen over apostolische autoriteit en oprechtheid. De uitdrukking van verse 7 komt voort uit een hart van pastorale zorg: Paulus verlangt eerbied voor het goede en het onderzoek naar zijn eigen reputatie als dienaar van Christus niet als doel op zich.
Interpretatieve observaties
Kernpunten in een notenlijst
Verwijzingen naar verwante passages
• Galaten 6:4-5 — elk moet voor zichzelf zijn werk toetsen, zodat men geen onterecht beeld van de gemeenschap wekt. Kernbetreking: de nadruk op eerlijke zelfevaluatie sluit aan bij Paulus’ oproep tot oprechtheid in Korinthiërs.
• 1 Thessalonicenzen 5:22-23 — uw geest, ziel en lichaam geheiligd en on besmet. Kernbetreking: heilige integriteit als doel van het hele leven.
• 2 Korintiërs 12:19 — toch in alle dingen beschouwt ons gerecht: dat uw en onze klacht niet tegen u is, maar ten gunste van de waarheid. Kernbetreking: verbondenheid in waarheid en dienstbaarheid.
Historische stemmen in het kort
Christelijke commentatoren uit vroege tradities prijzen dit vers om de houding van Paulus als een pastor die zoekt naar oprechtheid en richting voor de gemeente. De bijbellezing benadrukt dat de reputatie van de boodschapper minder cruciaal is dan de integriteit van het godsdienstig doel.
Het is bekend dat Matthew Henry en Adam Clarke in hun opmerkingen de diepere motieven van Paulus onderstrepen: dat het goede zó gedaan wordt, zodat de zondeval en verdrukking niet aan de boodschap kleven. Behoudens korte passages vermelden zij dat Paulus’ wens geen vleierenis is, maar een oprechte roep om godsvrucht en welzijn voor de gemeente.
Praktische toepassing
Laat ons handelen uit godsvrucht en waarheid. Doe wat goed is, niet om een prebende of reputatie te beschermen, maar om het vertrouwen in het evangelie te versterken. Sta open voor correctie, en werk aan de koren van eerlijke gemeenschap, zodat anderen het goede zien en worden aangemoedigd.
Samenvattende conclusie
Vers 7 leert dat het doel van Paulus’ verzoek is dat de gemeente zó handelt in het goede, zodat de boodschap verantwoord blijft en de relaties met God en elkaar worden hersteld. De nadruk ligt op oprechtheid, integriteit en gerichtheid op het welzijn van de gemeenschap.