Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
2 Corinthiër 1:1 2 Corinthiër 1:2 2 Corinthiër 1:3 2 Corinthiër 1:4 2 Corinthiër 1:5 2 Corinthiër 1:6 2 Corinthiër 1:7 2 Corinthiër 1:8 2 Corinthiër 1:9 2 Corinthiër 1:10 2 Corinthiër 1:11 2 Corinthiër 1:12 2 Corinthiër 1:13 2 Corinthiër 1:14 2 Corinthiër 1:15 2 Corinthiër 1:16 2 Corinthiër 1:17 2 Corinthiër 1:18 2 Corinthiër 1:19 2 Corinthiër 1:20 2 Corinthiër 1:21 2 Corinthiër 1:22 2 Corinthiër 1:23 2 Corinthiër 1:24



Hoofdgedachte
In 2 Korintiërs 1:11 ontdekken we dat de gemeente betrokken is bij het werk van Paulus door het gebed. Het gebed van velen verwort Paulus’ bediening in Gods genade en leidt uiteindelijk tot dankzegging van velen. De tekst onderstreept de wederkerigheid tussen gebed en bediening en bevestigt dat Gods werk tot stand komt door de gezamenlijke inzet van allerlei gelovigen.
Literaire context
Deze passage verschijnt in Paulus’ bewust persoonlijke toon aan de Korintiërs, waarin hij uitlegt hoe zijn lijden en herstel in Christus getekend zijn door de gezamenlijke steun van de christelijke gemeenten. De zin bouwt voort op een bredere redenering over troost en kracht door God, en hoe het geloofsleven communaal gedragen wordt. De formulering benadrukt dat de gave en de dankzegging in het tegenwoordige moment plaatsvinden doordat er door velen gepray ertoe bijgedragen wordt.
Theologische betekenis
Het vers leert dat gebed geen vrijblijvende bijzaak is, maar een cruciaal middel waardoor God levendig handelt in het werk van Zijn apostelen. De “gave” verwijst naar de zending en de genadegaven die Paulus ontving; de gebeurtenissen die daarmee samenhangen worden mede bepaald door de samenhang en inzet van de gemeente. De plaidende boodschap is dat gebed een krachtig medium is waardoor Gods lavor en zegen concreet uitwerkt in de gemeente. Paulus noemt zowel de gave als de dankzegging als publieke erkenning van Gods genade, mede mogelijk gemaakt door het gebed van vele gelovigen.
Cross-referenties
Reflectievragen
Samenvatting
2 Korintiërs 1:11 toont de aanraking van gebed als een actieve kracht die het werk van Paulus in stand houdt en de dankzegging van velen mogelijk maakt. De gemeente draagt door gebed bij aan de bediening en ziet hoe Gods zegeningen door velen worden ervaren en erkend. Zo wordt de eenheid van lijden, bediening en lofprijzing zichtbaar in de gemeente van Christus.
Uitvoerige kopieën van exacte korte uitspraken van Matthew Henry, Albert Barnes of Adam Clarke zijn hier niet opgenomen; er zijn geen directe citaten uit deze specificaties vereist voor deze vertaling.