Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
2 Kronieken 1 2 Kronieken 2 2 Kronieken 3 2 Kronieken 4 2 Kronieken 5 2 Kronieken 6 2 Kronieken 7 2 Kronieken 8 2 Kronieken 9 2 Kronieken 10 2 Kronieken 11 2 Kronieken 12 2 Kronieken 13 2 Kronieken 14 2 Kronieken 15 2 Kronieken 16 2 Kronieken 17 2 Kronieken 18 2 Kronieken 19 2 Kronieken 20 2 Kronieken 21 2 Kronieken 22 2 Kronieken 23 2 Kronieken 24 2 Kronieken 25 2 Kronieken 26 2 Kronieken 27 2 Kronieken 28 2 Kronieken 29 2 Kronieken 30 2 Kronieken 31 2 Kronieken 32 2 Kronieken 33 2 Kronieken 34 2 Kronieken 35 2 Kronieken 36Verse
2 Kronieken 33:1 2 Kronieken 33:2 2 Kronieken 33:3 2 Kronieken 33:4 2 Kronieken 33:5 2 Kronieken 33:6 2 Kronieken 33:7 2 Kronieken 33:8 2 Kronieken 33:9 2 Kronieken 33:10 2 Kronieken 33:11 2 Kronieken 33:12 2 Kronieken 33:13 2 Kronieken 33:14 2 Kronieken 33:15 2 Kronieken 33:16 2 Kronieken 33:17 2 Kronieken 33:18 2 Kronieken 33:19 2 Kronieken 33:20 2 Kronieken 33:21 2 Kronieken 33:22 2 Kronieken 33:23 2 Kronieken 33:24 2 Kronieken 33:25



Betekenis in één zin
In 2 Kronieken 33:16 voert Manasse opnieuw het offer op aan het altaar des HEREN, richt hij het altaar weer in en roept hij Juda op om de Heer, de God Israels, te dienen met dank- en lofoffers.
Contextueel overzicht
Deze passage maakt deel uit van het verhaal over koning Manasse van Juda. Manasse begon zijn regering met een afwending van de Heer en bracht de afgoderij en ontheiligingen in het land terug. Nadat de HEERE hem berispt had, bekeerde Manasse zich en herstelde hij de eredienst in Jeruzalem. Hier zien we een concrete daad: het herbouwde altaar des HEREN wordt in gebruik genomen, en er wordt dank en lof aangeboden. Het benadrukt een ommekeer van ketterij naar aanbidding en een hernieuwde toewijding aan God.
Interpretatieve notities
- Herstel van de eredienst: Het herstellen van het altaar en het herbeginnen van offers duidt op een verzoend en erkend verbond met God. De aanbidding is niet geïsoleerd; het gaat om het hart dat terugkeert tot de God van Israël.
- Dankoffers en lofoffers: Dankoffers wijzen op erkenning van God’s genade en zegeningen. Lofoffers accentueren toewijding en heiliging van het volk, en dienen als getuigenis van een wedergekeerde relatie met God.
- Implicatie voor Juda: Het bevel om de Heer te dienen wordt expliciet uitgesproken, zodat het volk zich bewust wordt van wie zij aanbidden en waarom zij leven naar Zijn wil.
Thematische samenvatting
Koppelingen
— 2 Kronieken 30:18-19: Terugkeer naar het gemeentehonor en het belijden van de Heer, met zorgvuldige aanbidding. De nadruk ligt op zuivere aanbidding gericht op God zelf.
— 2 Kronieken 29:20-21: Ezodus van herstel en reiniging van de tempel, waarna offers weer geaccepteerd worden. Impliceert dat ware aanbidding gepaard gaat met herstel van woor en praktijk.
— Psalm 147:11: Het vrezen van de Heer en het genieten van Zijn goedkeuring wordt verhaald door het aanrichten van lofprijzingen; dank- en lofoffers dienen de relatie met God te bevestigen.
Wanneer mensen zich bekeren en terugkeren tot de Heer, verpakken ze dat in concrete daden: weer vastleggen wat De Heer verlangt, eerbiedige aanbidding inzetten, en leven volgens Zijn geboden. Dank en lof blijven kernpunten van echte aanbidding, als erkenning van Gods onwankelbare trouw.
Ex brug: Matthew Henry en Adam Clarke benadrukken in hun commentaar vaak dat een herstelde eredienst getuigt van een oprechte bekering. Albert Barnes legt de nadruk op de verandering in het hart die zich uit in gepaste offers en toewijding. Samen vormen zij een beeld van boetvaardigheid die concrete veranderingen in handelen bevingt.