Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
2 Kronieken 1 2 Kronieken 2 2 Kronieken 3 2 Kronieken 4 2 Kronieken 5 2 Kronieken 6 2 Kronieken 7 2 Kronieken 8 2 Kronieken 9 2 Kronieken 10 2 Kronieken 11 2 Kronieken 12 2 Kronieken 13 2 Kronieken 14 2 Kronieken 15 2 Kronieken 16 2 Kronieken 17 2 Kronieken 18 2 Kronieken 19 2 Kronieken 20 2 Kronieken 21 2 Kronieken 22 2 Kronieken 23 2 Kronieken 24 2 Kronieken 25 2 Kronieken 26 2 Kronieken 27 2 Kronieken 28 2 Kronieken 29 2 Kronieken 30 2 Kronieken 31 2 Kronieken 32 2 Kronieken 33 2 Kronieken 34 2 Kronieken 35 2 Kronieken 36Verse
2 Kronieken 32:1 2 Kronieken 32:2 2 Kronieken 32:3 2 Kronieken 32:4 2 Kronieken 32:5 2 Kronieken 32:6 2 Kronieken 32:7 2 Kronieken 32:8 2 Kronieken 32:9 2 Kronieken 32:10 2 Kronieken 32:11 2 Kronieken 32:12 2 Kronieken 32:13 2 Kronieken 32:14 2 Kronieken 32:15 2 Kronieken 32:16 2 Kronieken 32:17 2 Kronieken 32:18 2 Kronieken 32:19 2 Kronieken 32:20 2 Kronieken 32:21 2 Kronieken 32:22 2 Kronieken 32:23 2 Kronieken 32:24 2 Kronieken 32:25 2 Kronieken 32:26 2 Kronieken 32:27 2 Kronieken 32:28 2 Kronieken 32:29 2 Kronieken 32:30 2 Kronieken 32:31 2 Kronieken 32:32 2 Kronieken 32:33



2 Kronieken 32:19 – De menselijke goden en de God van Jeruzalem
Contextueel achter grond
Deze verse komt uit de periode van koning Hizkia, die de Israëlieten onder Koningen, Akkadisch/Assyrisch druk onderhielden. Hizkia erfde een volk dat vaak afgoden vereerde, ondanks het verbond. De opmerking wijst op het menselijke neigen tot verachtelijke afgoderij: goden die gemaakt zijn door mensenhanden kunnen op het eerste gezicht kracht lijken, maar missen de ware goddelijke autoriteit en werkzaamheid.
Interpretatieve opmerkingen
Kort thematisch overzicht
Verwante passages en korte toelichting
2 Koningen 18:4— Hizkia verwijdert afgodsbeelden uit Juda, wat laat zien dat ware aanbidding in het zuiveren van verering ligt. Het coördineert met de oproep dat God niet gediend is met menselijke creaties.
Exodus 20:4–5— Het verbod op beelden onderstreept dat God in Zijn heiligheid niet beperkt moet worden tot tastbare vormen. Dit contrasteert met de beschrijving in 2 Kronieken als waarschuwing tegen het reduceren van God tot werk van handen.
Jesaja 44:9–20— Een scherpe satire op het maken van beelden van hout en metaal, die geen wijsheid kunnen geven, terwijl de Heer degenen die Hem zoeken tot zichzelf trekt.
Praktische toepassing
De passage roept op tot waakzaamheid tegen het beperken van God tot wat tastbaar en zichtbaar is. Het is een uitnodiging om de Schrift te laten spreken over Gods ware aard en om in ons leven niets te creëren dat Zijn plaats inneemt. Eerbied en aanbidding moeten gericht zijn op de onzichtbare God, die in Christus geopenbaard is en niet in menselijke voorstelling.
Opmerking over bronnen (niet opgenomen als directe tekst): Traditionele bijbelcommentaren zoals Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke benadrukken dat menselijke afgoderij de glorie van God ontkent en dat echte aanbidding met begrip van Gods majesteit en genade samenvalt. Ze wijken van een zuivere afbeelding van God en richten de aanbidding op schepsels, wat in strijd is met de Schrift. Hun opmerkingen helpen de kloof tussen zichtbare vormen en de levende God te begrijpen, zonder de Heilige Schrift te ondermijnen.