Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi1 Timotheüs 4:10 Uitleg van het Bijbelvers
1 Timotheüs 4:10 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden versmaad, omdat wij gehoopt hebben op den levenden God, Die een Behouder is aller mensen, maar allermeest der gelovigen.
1 Timotheüs 4:10 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
1 Timotheüs 4:10 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

1 Johannes 2:2 (NLD) »
En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.

Johannes 1:29 (NLD) »
Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!

1 Timoteüs 4:10 (NLD) – Het doel van ons werk en de hoop op de levende God
Setting van de passage:
In zijn brief aan Timoteüs wijst Paulus regelmatig op de ernst van de bediening en het vertrouwen dat prediking en leven in overeenstemming moeten zijn met het evangelie. De woorden «Want hiertoo arbeiden wij ook, en worden versmaad» tonen aan dat het christelijk geloof geen veilige, gemakkelijke weg is, maar een inzet van toewijding, zelfs ten koste van waardering door anderen. Paulus koppelt dit aan een heldere fond: «om te hopen op den levenden God» Die Behouder is van allen, maar vooral van hen die geloven.
Wat deze tekst ons onthult over God en het geloof
De kern leert dat God de levende, hoedende God is— actief betrokken bij de schepping en het behoud. Paulus benadrukt dat het vertrouwen gericht is op Hem als Behouder van mensen, een trouwe Hoeder die zorg en veiligheid schenkt aan degenen die Hem toebehoren. De combinatie van arbeid en hoop laat zien dat geloof praktisch en hoopvol samengaat: wij werken in gehoorzaamheid, terwijl onze zekerheid ligt in Gods blijvende zorg voor het heil van allen, vooral van de gelovigen.
Belangrijke begrippen en beelden
Verbinding met verwante passages
- Hebreeën 11:6 wijst erop dat zonder geloof het onmogelijk is God te behagen; onze hoop op de levende God gaat gepaard met toewijding aan Zijn wil.
- Titus 2:11-14 onderstreept de genade die ons leert godvruchtig te leven en te verwachten op de toekomst (de hoop op het eeuwige leven).
- Psalm 121 maakt duidelijk dat God als Hoeder waakt over wie Hem vertrouwt en dat Zijn zorg nooit ophoudt.
Toepassing voor vandaag
De tekst daagt christenen uit tot moedige volharding: werken aan het koninkrijk blijft nodig, zelfs wanneer de wereld ons afwijst of belachelijk maakt. Onze hoop is gegrond in de levende God, Die het universum bewaart en aan wie gelooft, eeuwig leven schenkt. In praktisch opzicht betekent dit: integriteit tonen in prediking en leven, trouw blijven aan de boodschap, en vertrouwen op Gods zorg en voorzienigheid, ook wanneer zichtbare resultaten tegenvallen.
Kernzinnen en korte samenvatting
Wij werken, ondanks tegenstand, omdat wij hopen op de levende God, de Behouder van allen en voornaamste van wie gelooft. De hoop op Gods zorg geeft richting aan ons handelen en troost in moeite.
Kleine schriftuurlijke kruisverwijzingen
- De ernst van bediening en hoop in het evangelie (2 Timotheüs 4:2-5) – waarschuwt voor slapheid en moedigt aan tot waakzaamheid in prediking.
- De trouwe hoederrol van God (Psalm 23; Johannes 10) – Gods zorg en nabijheid als oorzaak van vertrouwen.
- De universele tal van Gods zegen en bijzondere gerichtheid op de gelovigen (Romeinen 8:28-39) – Gods zorg rondom de volgelingen van Christus.