Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
1 Koningen 1 1 Koningen 2 1 Koningen 3 1 Koningen 4 1 Koningen 5 1 Koningen 6 1 Koningen 7 1 Koningen 8 1 Koningen 9 1 Koningen 10 1 Koningen 11 1 Koningen 12 1 Koningen 13 1 Koningen 14 1 Koningen 15 1 Koningen 16 1 Koningen 17 1 Koningen 18 1 Koningen 19 1 Koningen 20 1 Koningen 21 1 Koningen 22



Inzichtelijk beginselen: 1 Koningen 5:5
Tijdens koning Salomo’s voorbereiding om het tempelhuis te bouwen, wijst dit vers naar een klimaat van belofte en Goddelijke voorziening. Salomo zegt: “En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.” Het gebod en de belofte raken nauw verbonden: Salomo handelt uit theocratische fiducie, voortkomend uit God’s woord aan David, en ziet zichzelf als degene die als instrument van Gods Naam een plekje op aarde geeft waar aanbidding en gerechtigheid centraal staan.
Wat deze tekst weerspiegelt over God en het geloof
Belangrijke termen en beelden uitgelegd
Gerelateerde passages
Toepassing voor vandaag
De boodschap spoort aan tot luisteren naar Gods ordelijk Woord en Zijn werk in de wereld. Het gaat erom te bouwen waar Gods Naam op aanbeden wordt: een leven en gemeenschap die de glorie van God zoekt boven eigen prestige. Net zoals Salomo zich in eerste instantie liet leiden door Gods woord, mogen gelovigen vandaag streven naar verantwoorde, godsvruchtige daden—of het nu gaat om een gebouw, een gemeenteproject, of het vormen van een christelijke cultuur van eerbied en gerechtigheid. Het werk dat we doen moet steeds getimed zijn naar Gods aanwijzing en in dienst staan aan Zijn Naam.
Commentaar-samensmelting
Matthew Henry benadrukt dat dit gebed van Salomo vertrekt uit de erkenning dat God de bron van alle ware woning is; een woning voor Zijn Naam verschijnt wanneer Zijn Woord en Zijn belofte de werking bepalen. Albert Barnes ziet in dit vers een illustratie van gehoorzaamheid aan Gods plan, waarin de mens handelaar wordt van Gods woonplaats onder het volk. Adam Clarke wijst op de goddelijke orde: de koning resp. de regering als instrumenten van Gods voorziening, zodat het volk in veiligheid en aanbidding kan leven. Een zogeheten vierde commentator, bijvoorbeeld een publieke domein-interpretatie, benadrukt de theocratische structuur: God kiest middelen en personen om Zijn verlossingswerk zichtbaar te maken in de wereld. Gezamenlijk onderstrepen zij dat het bouwen van een huis voor Gods Naam uiteindelijk een schuld en roeping is; het vereist nederige toewijding aan Gods woord en voorzorgen voor Zijn eer.
Toonbare citaten: In dit hoofdstuk zijn directe korte uitspraken uit Matthew Henry en Adam Clarke genoemd als referentiepunten, maar er zijn geen lange citaten toegestaan. Let op: exacte korte citaten staan uitsluitend in de bronvermelding vermeld; hier volgt geen lange herhaling.