Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
1 Koningen 1 1 Koningen 2 1 Koningen 3 1 Koningen 4 1 Koningen 5 1 Koningen 6 1 Koningen 7 1 Koningen 8 1 Koningen 9 1 Koningen 10 1 Koningen 11 1 Koningen 12 1 Koningen 13 1 Koningen 14 1 Koningen 15 1 Koningen 16 1 Koningen 17 1 Koningen 18 1 Koningen 19 1 Koningen 20 1 Koningen 21 1 Koningen 22Verse
1 Koningen 13:1 1 Koningen 13:2 1 Koningen 13:3 1 Koningen 13:4 1 Koningen 13:5 1 Koningen 13:6 1 Koningen 13:7 1 Koningen 13:8 1 Koningen 13:9 1 Koningen 13:10 1 Koningen 13:11 1 Koningen 13:12 1 Koningen 13:13 1 Koningen 13:14 1 Koningen 13:15 1 Koningen 13:16 1 Koningen 13:17 1 Koningen 13:18 1 Koningen 13:19 1 Koningen 13:20 1 Koningen 13:21 1 Koningen 13:22 1 Koningen 13:23 1 Koningen 13:24 1 Koningen 13:25 1 Koningen 13:26 1 Koningen 13:27 1 Koningen 13:28 1 Koningen 13:29 1 Koningen 13:30 1 Koningen 13:31 1 Koningen 13:32 1 Koningen 13:33 1 Koningen 13:34



Hoofdinterpretatieve kernpunt
In 1 Koningen 13:6 zien we hoe een beroep op de God van Israël door de profeet de acute gevolgen van misbruik van gezag laat zien: de koning probeert de mens Gods te bewegen om Gods oordeel te omkaatsen, maar de profeet antwoordt met geloofsafhankelijk gehoor aan God. Het vers toont zowel de urgentie van gebed als de noodzaak van gehoorzaamheid aan Gods distinctie tussen menselijk verzoek en Gods wil.
Literaire context
Het verhaal draait om een onbekende profeet uit Beth-El die de koning Jerobeam waarschuwt tegen het aanbidden van afgoden en de tempel van Betel, waar hij zelf het volk verleidt. Als reactie probeert de koning hem te bewegen door te smeken en te testen, maar de profeet houdt stand. Het hoofdstuk laat een tragische dynamiek zien: menselijke troost en machtsgrepen tegen Gods bevel in. In vers 6–7 keert de koning zich tot de profeet en vraagt om zijn gebed, maar de profeet blijft vasthouden aan de regel die God hem heeft gegeven.
Theologische betekenis
Het gebed van de koning is niet gericht op verlossing of berouw, maar op herstel van zijn eigen politieke situatie. De reactie van de profeet, die ernstig tot de HEER bidden oproept, wijst erop dat God centraal staat in alle dingen, ook in staatkundige tensies. De hand die terugkeert naar de koning dient als tastbare bevestiging dat God gehoorzaamheid eist en dat menselijk verlangen zonder God weinig vrucht heeft. Het onderstreept de ernst van Gods woord: wat Hij gebiedt, moet men liefhebben en navolgen, niet manipuleren voor eigen gewin.
Kernpunten uit klassieke commentatoren (samenvattend)
Quotations to keep in view (niet volledige tekst): er zijn korte refereerden aan Henry, Barnes en Clarke die benadrukken dat gebed en gehoorzaamheid onlosmakelijk verbonden zijn met de goddelijke orde en dat menselijke hoop zonder God misleidend kan zijn.
Cross-refenties en korte verwijsverklaringen
Reflectievragen
Toepassing en conclusie
De scène laat zien dat ware gebed geen steuntje in de rug is voor eigen macht, maar een verlangen om Gods wil te doen. De profeet toont hoe gehoorzaamheid aan God het eerste kapitaal is van een geloofsleven, ook als de menselijke situatie beproevend is. Leren we om harder te bidden om de geestelijke alignering met Gods plan, en minder om een onmiddellijke oplossing voor onze aardse nood?