Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi1 Corinthiërs 13:9 Uitleg van het Bijbelvers
1 Corinthiërs 13:9 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;
1 Corinthiërs 13:9 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
1 Corinthiërs 13:9 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Efeziërs 3:18 (NLD) »
Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij,

1 Corinthiërs 2:9 (NLD) »
Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.

1 Corinthiërs 13:12 (NLD) »
Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.
Hoofdinterpretatie
In 1 Corinthiërs 13:9 zien we een duidelijke constatering: ons menselijke begrip is beperkt en fragmentarisch. De apostel Paulus wijst erop dat kennis en profetie door een ogenblikkelijke, tijdelijke aard zijn en uiteindelijk het volmaakte zal overwinnen. In deze este van verwarring en verdeeldheid bindt hij ons aan een toekomst waarin Gods volle openbaring komt; wat nu nog onvolledig is, zal verdwijnen als het aangebroken volmaakt moment aanbreekt.
Literaire context
Deze passage is onderdeel van een bredere rede over liefde (agapè) in hoofdstuk 13. Voorafgaand aan vers 9 beschrijft Paulus hoe geloof, hoop en liefde blijven, maar liefde bovenal. Vers 9 contrasteert de huidige onvolledigheid met de toekomst waarvan Paulus al sprak in hoofdstuk 12 over de geestengaven. De beeldspraak van gedeeltelijk kennen en profeteren wijst op een overgang: in de aardse tijd oefenen wij ons geloof, maar in de eindsituatie zal Gods volheid duidelijk zichtbaar zijn.
Theologische signatuur
Het kernpunt is dat wij in deze wereld beperkte openbaring ontvangen. Kennis en profetie zijn waardevol, maar zij zijn gebonden aan de huidige tijd en menselijk falen. De volmaaktheid die ons nog ontbreekt, is de volledig openbaring van Gods wil en missie in Christus. Zo leert Paulus dat liefde de toetssteen is: zonder liefde blijven kennis en profetie droog en eigenzinnig, maar met liefde worden zij gericht, bruikbaar en gericht op het welzijn van de gemeente.
Koppelingen met Schrift
- Markus en Mattheüs verwijzen naar een uitgesproken climax van Gods openbaring in Christus; dit echoot de vooruitblik dat wat volmaakt is, uiteindelijk het onvolmaakte zal uitwissen. Verbinding: het concept van vervanging door volmaaktheid komt terug in de hoop dat alle dingen in Christus worden herenigd.
- Jesaja 11 en Openbaring 21 spreken van volmaaktheid en voltooiing van Gods Koninkrijk, waar nu nog weinig zichtbaar is maar straks volledig openbaar wordt. Verbinding: de uiteindelijke vervulling van wat nu nog gedeeltelijk is.
- Romeinen 12 en 1 Johannes 3 tonen hoe gaven en kennis dienen tot opbouw van de gemeente in liefde, juist omdat die gaven tijdelijk zijn en de liefde dieper blijft. Verbinding: de peiler dat liefde de drager is van ware gemeenschap.
Reflectievragen
Conclusie
1 Corinthiërs 13:9 herinnert ons aan de realiteit van tijdelijke kennis. In het licht van de komende volmaaktheid is het essentieel dat onze gaven en kennis altijd worden gedreven door liefde, gericht op opbouw en gemeenschap. Totdat Christus komt in volkomen openbaring, blijven wij groeien in liefde terwijl wij de Gever van alle gaven zoeken.
Onderlinge citaten uit oudere Commentaren
«Wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele.» – Een beknopte weergave uit de uitdrukkingen die ook in Matthew Henry en Adam Clarke wordt aangetroffen, die het gebrek aan volledigheid in dit leven benadrukken. (Let op: exacte korte citaten uit Henry, Barnes of Clarke zijn in deze samenvatting opgenomen zonder volledige tekstweergave.)