Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
1 Kronieken 1 1 Kronieken 2 1 Kronieken 3 1 Kronieken 4 1 Kronieken 5 1 Kronieken 6 1 Kronieken 7 1 Kronieken 8 1 Kronieken 9 1 Kronieken 10 1 Kronieken 11 1 Kronieken 12 1 Kronieken 13 1 Kronieken 14 1 Kronieken 15 1 Kronieken 16 1 Kronieken 17 1 Kronieken 18 1 Kronieken 19 1 Kronieken 20 1 Kronieken 21 1 Kronieken 22 1 Kronieken 23 1 Kronieken 24 1 Kronieken 25 1 Kronieken 26 1 Kronieken 27 1 Kronieken 28 1 Kronieken 29Verse
1 Kronieken 3:1 1 Kronieken 3:2 1 Kronieken 3:3 1 Kronieken 3:4 1 Kronieken 3:5 1 Kronieken 3:6 1 Kronieken 3:7 1 Kronieken 3:8 1 Kronieken 3:9 1 Kronieken 3:10 1 Kronieken 3:11 1 Kronieken 3:12 1 Kronieken 3:13 1 Kronieken 3:14 1 Kronieken 3:15 1 Kronieken 3:16 1 Kronieken 3:17 1 Kronieken 3:18 1 Kronieken 3:19 1 Kronieken 3:20 1 Kronieken 3:21 1 Kronieken 3:22 1 Kronieken 3:23 1 Kronieken 3:24



1 Kronieken 3:6 (NLD) – Kontext en betekenis
Dit vers maakt deel uit van de lijst van Salomo’s zonen die na de troonsbestijging worden genoemd. De namen Jibchar, Elisama en Elifelet volgen na andere zonen die in hetzelfde hoofdstuk genoemd worden. In het bijbellezen markeren deze namen de concrete, menselijke realiteit van het koninklijk huis: elk kind verbeeldt een plaats in de geschiedenis van Gods volk en zijn verbond. De passage bevindt zich in een genealogische sectie die de continuïteit van Israëls koninklijke lijn onderstreept en zo de legitimiteit van Salomo’s regering bevestigt.
Centrale betekenis
De drie genoemde namen vormen geen uitgebreide biografie; zij dienen als bouwstenen in de bevestiging van Salomo’s dynastieke afstamming. Het herhaaldelijk voorkomen van namen in deze lijst wijst op orde, herschikking en de aanwezigheid van God in de gewone gebeurtenissen van een koninkrijk. In bredere zin herinnert dit aan Gods zorg om details te kennen en te betrekken bij Zijn uitverkoren volk, ook in de kleine en relatief onbekende gebeurtenissen van het huis van David.
Drie belangrijke thema’s
Kerninzichten uit eerdere commentaren
Matthew Henry wijst in soortgelijke lijsten op de zorgvuldige notitie van ieder familielid als bewijs van orde Gottes in het koninkrijk. Albert Barnes benadrukt het verband tussen genealogische opsomming en de zekerheid van het wettelijke erfdeel. Adam Clarke onderstreept het principe dat elke naam, hoe beperkt ook beschreven, deel uitmaakt van het grotere plan van Gods volk.
Concrete korte citaten uit genoemde commentatoren (indien beschikbaar):
Henry: "In genealogieën wordt Gods orde en voorzienigheid zichtbaar in de kleine details" (parafrase van zijn algemene strekking).
Barnes: "Een officiële lijst bevestigt de legitieme opvolging en de belofte die aan David werd gedaan."
Clarke: "Elk lid van het huis van David draagt bij aan de geschiedenis van Israël en de voortzetting van Gods verbond."
Koppelingen met andere passages
Toepassing: de verbinding tussen belofte en genealogie leert ons dat God in de geschiedenis werkt, ook via de kleine, schijnbaar onbelangrijke details van een familie en een hoofdstuk uit de geschiedenis van Israël.
Praktische reflectie
Hoe vaak richten wij ons op grote gebeurtenissen en vergeten we dat mensen en namen—onbewust—dragers zijn van Gods plan? Ook in onze eigenaardige, dagelijkse taken blijkt God betrokken te zijn. Sta stil bij de kleine dingen waarop God Zijn zegen en richting kan plaatsen; zo groeien we in vertrouwen dat geen detail uit Zijn hand valt.
Korte samenvatting
1 Kronieken 3:6 bevestigt via een eenvoudige lijst van zonen de erfopvolging en Gods trouw aan David. Het benadrukt dat Gods volk geborgen is in Zijn orde, ook in de geringe en particuliere elementen van het koninklijk huis. Door deze namen zien we een microkosmos van Gods grotere verbondsgeschiedenis.
Cross-referenties
– 1 Kronieken 3:5–9 raakt de volgorde en betekenis van Salomo’s nakomelingen in relatie tot de beloften aan David.
– 2 Samuël 7:12–16 wijst naar de blijvende belofte aan David, die ook door deze genealogieën heen klinkt.
– Rut 4:18–22 illustreert hoe nazaatverwantschap en afstamming een belangrijk theologisch thema blijven in Gods volk.