Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
1 Kronieken 1 1 Kronieken 2 1 Kronieken 3 1 Kronieken 4 1 Kronieken 5 1 Kronieken 6 1 Kronieken 7 1 Kronieken 8 1 Kronieken 9 1 Kronieken 10 1 Kronieken 11 1 Kronieken 12 1 Kronieken 13 1 Kronieken 14 1 Kronieken 15 1 Kronieken 16 1 Kronieken 17 1 Kronieken 18 1 Kronieken 19 1 Kronieken 20 1 Kronieken 21 1 Kronieken 22 1 Kronieken 23 1 Kronieken 24 1 Kronieken 25 1 Kronieken 26 1 Kronieken 27 1 Kronieken 28 1 Kronieken 29Verse
1 Kronieken 29:1 1 Kronieken 29:2 1 Kronieken 29:3 1 Kronieken 29:4 1 Kronieken 29:5 1 Kronieken 29:6 1 Kronieken 29:7 1 Kronieken 29:8 1 Kronieken 29:9 1 Kronieken 29:10 1 Kronieken 29:11 1 Kronieken 29:12 1 Kronieken 29:13 1 Kronieken 29:14 1 Kronieken 29:15 1 Kronieken 29:16 1 Kronieken 29:17 1 Kronieken 29:18 1 Kronieken 29:19 1 Kronieken 29:20 1 Kronieken 29:21 1 Kronieken 29:22 1 Kronieken 29:23 1 Kronieken 29:24 1 Kronieken 29:25 1 Kronieken 29:26 1 Kronieken 29:27 1 Kronieken 29:28 1 Kronieken 29:29 1 Kronieken 29:30



Korte verklaring: 1 Kronieken 29:16
Gods heiligdom en alles wat het vergt, komen uit Zijn hand. De Heer heeft het volk toegezien en de gave van arbeid en middelen gebruikt om een huis voor Zijn Naam te bouwen; wat wij aan aanbidding en toewijding aan Hem wijden, is in wezen van Hem ontvangen.
Context en achtergrond
Deze woorden sluiten aan bij koning David’s aanbidding en dankzegging na de bijeenkomst in Jeruzalem, waarin hij een grote schenking van rijkdom en materiële middelen aan God opdraagt voor de constructed van de tempel. Hoewel de latere tempel onder Salomon wordt gebouwd, weerspiegelt dit passagepostur de erkenning dat alle mogelijkheden en middelen van het volk door Gods zegen komen. Het gaat niet om eigen trots, maar om een bereidheid om God te eren met wat Hij heeft gegeven.
Interpretatieve opmerkingen
Thematische kernpunten
Verwant bijbelgedeelte en korte uitleg
Cross-reference: 2 Kronieken 5:13–14 – De eenheid van stam en priesterlijke leiding die Gods tegenwoordigheid laat ervaren terwijl het volk God aanbidt in Zijn tempel.
Cross-reference: Psalm 51:12–13 – De noodzaak van schenkingen en toewijding als een uiting van bekering en gehoorzaamheid aan God.
Cross-reference: Exodus 25:1–2 – God roept het volk tot gave van hun middelen als deel van de heiliging van de verzoening en de tabernakelbouw.
Korte praktische aanpak
Nauwkeurige samenvatting
David erkent dat de hele menigte, en alles wat zij hebben om het Huis te bouwen, in werkelijkheid uit Gods hand komt. De toewijding van deze middelen is daarom een heilige aanbidding, gericht op de Naam van de Heer.
Aantekeningen door oude commentatoren (samengevat)
Matthew Henry wijst op de constante houding van afhankelijkheid van God, terwijl Albert Barnes benadrukt dat menselijke rijkdommen God toebehoren en ons toebedeeld zijn om tot Zijn eer te gebruikt te worden. Adam Clarke benadrukt dat zulk een schenking geen eigen roem zoekt, maar God grootmaakt in zijn voorzienigheid. Een vervolmaking van deze lijn houdt ook vast aan de gedachte dat de gemeente gezamenlijk optrekt in dienst aan God.
Exacte citaten uit de genoemde commentatoren (indien beschikbaar):
Henry: "All is of the Lord's hand." (samengevat in zijn thema van afhankelijkheid)
Barnes: Geen lange directe citaten; samenvatting: menselijke rijkdom en arbeid zijn God toebehorend en dienen tot Zijn eer.
Clarke: Geen lange directe citaten; samenvatting: schenking is een uitdrukking van dankbaarheid en plichtsgevoel tegenover God.