Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
1 Kronieken 1 1 Kronieken 2 1 Kronieken 3 1 Kronieken 4 1 Kronieken 5 1 Kronieken 6 1 Kronieken 7 1 Kronieken 8 1 Kronieken 9 1 Kronieken 10 1 Kronieken 11 1 Kronieken 12 1 Kronieken 13 1 Kronieken 14 1 Kronieken 15 1 Kronieken 16 1 Kronieken 17 1 Kronieken 18 1 Kronieken 19 1 Kronieken 20 1 Kronieken 21 1 Kronieken 22 1 Kronieken 23 1 Kronieken 24 1 Kronieken 25 1 Kronieken 26 1 Kronieken 27 1 Kronieken 28 1 Kronieken 29Verse
1 Kronieken 27:1 1 Kronieken 27:2 1 Kronieken 27:3 1 Kronieken 27:4 1 Kronieken 27:5 1 Kronieken 27:6 1 Kronieken 27:7 1 Kronieken 27:8 1 Kronieken 27:9 1 Kronieken 27:10 1 Kronieken 27:11 1 Kronieken 27:12 1 Kronieken 27:13 1 Kronieken 27:14 1 Kronieken 27:15 1 Kronieken 27:16 1 Kronieken 27:17 1 Kronieken 27:18 1 Kronieken 27:19 1 Kronieken 27:20 1 Kronieken 27:21 1 Kronieken 27:22 1 Kronieken 27:23 1 Kronieken 27:24 1 Kronieken 27:25 1 Kronieken 27:26 1 Kronieken 27:27 1 Kronieken 27:28 1 Kronieken 27:29 1 Kronieken 27:30 1 Kronieken 27:31 1 Kronieken 27:32 1 Kronieken 27:33 1 Kronieken 27:34

Hoofdinterpretatie
1 Kronieken 27:31 geeft een micro‑beeld van koning David’s huishouding en personeelsstructuur: Jaziz, de Hageriet, beheert het kleine vee en staat als overste over de have die aan de koning toebehoorden. Dit vers laat zien dat David een georganiseerde, routinematige administratieve orde beoogde, waarin zelfs de minder prominente taken en de terrein-beheerders hun plek hebben binnen het koninklijke beheer. Het wijst op dankbare orde en betrouwbaarheid in dienst, wat voor Israël een teken was van goddelijke zegen en Davids leiderschap.
Literatorieke en contextuele achtergronden
De passage valt in de lijst van militaire en bestuurlijke functionarissen die Krónieken geeft als onderdeel van de kalender en administratie van David’s koninkrijk. Net als de andere namen in dit overzicht verschijnt Jaziz als een figuur die uit de stam van Juda of uit de Hagerieten kan ontstaan; hij krijgt een concrete taak: het kleine vee beheren en toezicht houden over de have. Dit wijst op een geordende staatsadministratie waar diverse rangniveaus samenwerken—van het dagelijkse vee tot de grote voorraad en uitgaven.
Theologische betekenis
Het vers onderstreept drie theologische lijnen. Ten eerste, Gods zegening manifesteert zich in orde en discipline: David regeert met regelmaat en laat ook de lagere ambten hen werk doen waar zij door geroepen zijn. Ten tweede, het werkt als een herinnering dat dienst aan God via koninklijk beleid en huishoudelijk werk hand in hand gaan. Ten derde, de namen uit het volk laten zien dat Gods plan niet alleen draait om macht en prestige, maar ook om de klaarblijkelijke dienstbaarheid van velen aan de zaak van het koninkrijk.
Verbindingen met andere Schriftgedeelten
- Psalm 78:70‑72 (David en de schare die hij kiest): De lof van bestuurlijk en pastorale zorg wordt hier ook benadrukt, met nauwkeurige zorg voor het kudde‑leven en het volk.
- 1 Kronieken 27:25‑30 (de hoofdverantwoordelijken voor de rijken en de hoeve): Hierin wordt de oorspronkelijke werking van Israël’s rijksoverheersing uitgelicht, waar geld en voorraad, vee en land, gekoppeld zijn aan het onderhoud van het leger en de tempel‑dienst.
- 2 Samuël 8 en 1 Kronieken 18 (David’s rijk en logistik): De orde en administratie onder David worden herhaaldelijk bevestigd als essentieel voor stabiliteit en vrede.
Vragen ter overdenking
Korte conclusie
1 Kronieken 27:31 laat zien dat Davids koninkrijk steunde op een breed gedragen en goed georganiseerde administratie. De benoeming van Jaziz als overste over het kleine vee en de have onderstreept dat toewijding en betrouwbaarheid, ook in minder zichtbare taken, bijdragen aan een rechtvaardig en welvarend koninkrijk onder Gods zegen.
Aaneenschakeling met oudere commentaren
Over de inzet en betrouwbaarheid van ambten, zoals door oud‑commentatoren gehighlight, brengt Matthew Henry naar voren dat zorgvuldige orde en trouwe dienst aan de koning een teken zijn van een gezegend rijk의. Albert Barnes wijst op de praktische aard van de administratie als manifestatie van Davids bewind. Adam Clarke benadrukt dat elke dienst in het koninkrijk een plek heeft in God’s plan. (Toelichten: exacte korte citaten uit deze commentatoren zijn mogelijk beschikbaar in publieke domeinen; er zijn geen volledige citaten uit de volledige teksten in deze samenvatting opgenomen.)
Cross‑references: Psalm 78:70‑72; 1 Kronieken 27:25‑30; 2 Samuel 8.